zondag 19 oktober 2014

Chicagoezen uitnodigen: derde keer scheepsrecht?

Na drie weken wonen in ons nieuwe appartement en reeds 10 weken in het land te verblijven vinden Bart en ik het tijd worden om de Chicagoezen te leren kennen. Echt te leren kennen.
Dus we hebben het niet over de spontane gesprekjes in de supermarkt over bijvoorbeeld de sojayoghurtjes die terug te koop zijn (hoera, want we zijn beiden lactose-intolerant, en vervolgens neem ik er twee met kersensmaak omdat de dame die het lekkerst vindt en ook een beetje omdat ze in korting staan). We hebben het ook niet over de mensen op straat die me een complimentje geven op mijn vrolijke outfit (waar ik vervolgens bijna van ga huppelen en met een lach op mijn gezicht verder loop). En we hebben het niet over winkelverkopers die ons schrik aanjagen voor de winter, maar ons toch van harte welkom heten in de stad waar ze, ondanks dat, zo van houden (en waardoor er ondertussen al Canadese winterboots klaar staan die onze voetjes moeten warm houden tot de gevreesde -40°C). Nee, we hebben het over echte kennismaking, met langere gesprekken en meer van dat in de toekomst.

Dus wagen we een eerste poging. Een gemakkelijke poging, denken we. Belgische vrienden van ons zijn bevriend met een Amerikaans koppel dat in Chicago woont. We stonden met hen reeds in emailcontact en kregen wat advies bij het zoeken naar een geschikte buurt om te wonen. Ze stelden zelf voor om eens af te spreken eens gesetteld. En voila, we zijn gesetteld. Dus ze ontvangen van ons een mailtje met wat data-voorstellen. Maar niks, nul de botten, rien de knots, het blijft stil aan de andere kant. Wekenlang geen reactie.

 

Poging twee dan maar: de buren. We wonen in een gebouw met zes appartementen. En hoewel we af en toe een deur horen of een stem, zijn we nog niemand spontaan in de gang tegen het lijf gelopen. Uitnodigen dan maar, voor een aperitiefje op zondag! Laagdrempelig, handig tijdstip, kort bezoekje... Daar kan je niks op tegen hebben. Ik plak bij iedereen een uitnodiging op de deur en op de daaropvolgende zondag zijn we net om 11u klaar met onze zelfgemaakte hapjes, iceteas en cocktail. Na een half uur lijkt het er echter op dat niemand komt. Het is doodstil in het gebouw, alsof iedereen toevallig weg is. De hapjes worden onze lunch (en avondmaal). En als het ware komt het gebouw terug tot leven rond 13u. Mmm, wat doen we fout? Waar zit het culturele verschil? Waarom liet maar één koppel weten dat ze niet zouden komen?

We gaan over tot poging drie en nodigen de collega's van Bart uit voor een aperitiefje. Ze ontvangen een mooie e-uitnodiging waar deze keer uitdrukkelijk wordt gevraagd om ons iets te laten weten. Moeilijk kan dat niet zijn want, deze keer, kennen ze Bart en bovendien is hij die week elke dag op kantoor. De vier Europese collega's reageren vrij snel dat ze komen (ze blijken ook supernieuwsgierig te zijn naar ons ‘vintage’ appartement daar ergens in Noord-Chicago). Een paar Amerikaanse collega's geven Bart een seintje dat ze reeds andere plannen hebben. En andere Amerikaanse collega's reageren gewoon niet. Het onderwerp lijkt vermeden te worden. Na een paar dagen vraagt Bart aan één van hen wat de gewoonte is. Ze antwoordt dat het van de persoon afhangt. Eeuhheu, erg handig antwoord voor de planners die we zijn. Vervolgens vraagt hij het aan een andere collega van wie hij een reactie had verwacht. "oh yeah, sure I'll come, no problem". Die zondag zitten we om 11u alweer klaar met dezelfde zelfgemaakt hapjes, iceteas en cocktail. Om 12u zijn alle collega’s er die zouden komen. Niemand meer, niemand minder. Om 15u zijn ze weer weg. Het werd een gezellige middag!


 

Bij het opruimen maken we een voorlopige conclusie. Chicagoezen vinden het niet nodig een seintje te geven als ze niet komen. Als ze hun komst wel bevestigen zullen ze er wellicht ook zijn. En wellicht wordt het niet gemakkelijk om Amerikaanse vrienden te maken. Maar we geven het niet op! Nee hoor, we zijn nog maar net begonnen!

Bovendien heeft de derde poging toch maar leuke complimenten opgeleverd over ons appartement. En nieuwe bierglazen (Bart staat al gekend als huisbrouwer), een boekje met 100 stilteplekjes in Chicago (hoe ze wisten dat ik van stilte hou is me een raadsel) en 2 Crate & Barrel waardebonnen (Bart bleek zo enthousiast te babbelen over deze winkel waardoor 2 collega's hetzelfde idee hadden als geschenkje). Jiepie! HappINEss troef!

donderdag 16 oktober 2014

De herdenking van WO I op mijn rijbewijs

Een rijbewijs is een rijbewijs, niet? Als je reeds jaren in België met de auto rijdt - 20 jaar om precies te zijn - dan heb je wel wat rijervaring. De Belgen staan nu eenmaal niet gekend voor hun aangename rijstijl, noch voor hun goede wegen. Enige aandacht op de weg, een snel reactievermogen en mezelf inhouden om mijn middenvinger op te steken leerde ik al snel.

Nu rijden we rond in Chicago, met een automatiek, zoals wij dat zeggen. In een land waar automobilisten een veel relaxtere rijstijl zouden hebben en zich perfect aan snelheidslimieten zouden houden. In Chicago lijkt dat toch niet van toepassing want we ondervinden al snel dat het rijgedrag van de Chicagoezen erg lijkt op dat van de Belgen. Maar de automatiek maakt het wel relax…

Jesse White, Secretary of State, herinnert ons eraan dat we een Illinois rijbewijs moeten aanvragen. Nu ja, niet echt ‘herinneren’. Na het proberen te ontleden van zijn autowet-website lijk ik te verstaan dat je per Staat een rijbewijs moet aanvragen. En in ons geval houdt dat in: een hele papiermolen, een visuele test, een theoretisch rijexamen en een praktisch rijexamen. Lap! Twintig jaar Belgische rijervaring en het telt niet mee. Alle buitenlanders (op de Duitsers, Canadezen en Mexicanen na) blijken solidair te zijn met ons. En zelfs de Amerikanen die naar Illinois verhuizen moeten een theoretisch examen doen. Bovendien geeft Jesse White, Secretary of State, een rijbewijs dat slechts 4 jaar geldig is. Dus iédereen mag elke 4 jaar bewijzen dat ze nog voldoende zien en dat ze de wet nog steeds kennen. Verandert er dan zoveel op 4 jaar tijd? Geen idee. Ik weet enkel dat het afgelopen jaar in Illinois de maximale snelheid op de snelwegen verhoogd is van 65 tot 70 mijl, dat gsm-en achter het stuur verboden werd en dat het toegelaten is om marihuana voor medisch gebruik bij je te hebben. Bewijs maar eens op je examen dat je dat weet!

  

     
In het rijcentrum van Jesse White, Secretary of State, is het dan ook een drukte van jewelste. Helemaal anders dan in België waar ik – 20 jaar geleden dus - zenuwachtig op een stoel zat te wiebelen, naast een hoop mede-18 jarigen, om – op afspraak - examen af te leggen. Mijn mama en de andere ouders zaten er nagelbijtend naast. Want hadden ze hun opdracht wel goed volbracht? In het rijcentrum in Chicago ziet het zwart van het volk. En ook wit, en geel en bruin om correct te zijn. Jongeren van 16 jaar naast oudjes met gekromde rug wachten er op hun beurt. Het is er een getater van jewelste, in alle wereldtalen. Het valt me op dat de Chinezen een familielid meebrengen, als vertaler. Als ze je nummertje afroepen stijgt de spanning, want vanaf dan ga je aan de slag. En het is maar de vraag hoever je zal geraken. Want via een doorschuifsysteem ga je van een  paperassencontrole, naar een administratieve verwerking met visuele testen, naar de kassa (30$ kost het), naar de theoretische test (die ik ook in het Pools mocht afleggen...eeuh?) naar de praktische test. Met wat geluk slaag je aan elke doorschuifpost en ben je er op 1,5 uurtje vanaf. De testen zijn dan ook super kort. Bij de theoretische test is het wel even de aandacht erbij houden met de afstanden in voeten (feet) en de betekenis van signalen die we in België niet kennen. Maar langs de andere kant blijken de meerkeuzevragen exact overeen te komen met de oefenvragen in het handboek. Ik slaag, en mag dus door naar de praktische test (geen idee dat je dit direct kon doen, anders had ik de auto gewassen). Met de auto schuif je in de rij aan (zoals bij de autocontrole) en dan: eens pinken met de lichten, 5 minuten op de weg rijden en in een garage parkeren. Piece of cake! Hoewel! Misschien niet meer voor de oudjes met gekromde rug?

Ik ben opgelucht ervan af te zijn (want ik was al 2 keer afgewezen wegens onvolledig papierwerk). Onmiddellijk kreeg ik mijn Illinois driver’s license. En ik ben er trots op want het is niet alleen mijn rijbewijs, maar ook mijn identiteitskaart en het bewijs dat ik in de US woon. Een belangrijk document, gekregen van Jesse White (misleidende achternaam trouwens, want meneer is Afro-Amerikaan) met mijn adres, mijn lengte, mijn gewicht (!), mijn kleur van ogen en mijn foto waar ik niet op mocht lachen. En kijk eens aan, het is geldig tot 11/11/2018. Dat wordt een grootse dag, want WO I eindigde dan exact 100 jaar geleden en ikzelf word die dag 42 jaar en Bart en ik zijn dan 23 jaar een gelukkig koppel (daar gaan we toch vanuit). Drie keer feest! Behalve dan dat ik opnieuw rijexamen moet doen... Toch, met zo'n feestdatum op mijn rijbewijs kan er me niks overkomen de volgende jaren! A real happINEss rijbewijs.


Ps: Jesse White, Secretary of State, heeft me nog persoonlijk een bedankingsbrief gestuurd, omdat ik me opgaf als orgaandonor.