maandag 25 mei 2015

Ik hou zo van die groene daaaaken, ohoho

Leentje De Leeuw wordt gevraagd om een duurzame dag in Chicago te organiseren, naar aanleiding van Pamela Peeters’ Sustainability Week in New York. En Leentje bombardeert mij tot Chinese vrijwilliger. We zouden proberen toegang te krijgen tot een paar groene daken in Chicago. Helemaal mijn dada dus.

En wat een awesome dag is het geworden.

Een exclusief bezoek aan het groendak van het stadhuis

Michael Berkshire, de groene projecten manager van de Stad Chicago himself, leidt ons rond op het dak van het stadhuis. Een enorme ruimte aan groen verwelkomt ons te midden van de hoogbouw. Prairieland, de natuurlijke habitat van Illinois, wordt hier nagebootst. Bijen, insecten en vogels in transit vinden er hun (tijdelijke) thuis. De temperaturen in het stadhuis blijven dragelijk in de zomer en winter en de condo-buren hebben een mooi uitzicht.  Chicago heeft vijfhonderd (!) groendaken en hoort daarbij tot de top wereldsteden qua groendaken.


Een exclusief verhaal over het grootste groendak van Chicago

Millennium Park is het grootste groendak van Chicago en ligt boven een parkinggarage en de spoorlijn. Projectmanager Edward Uhlir vliegt de wereld rond om te vertellen over hun aanpak. Aan onze groep vertelt hij vooral wat de buitenwereld niet weet. En dat terwijl wij in de koorstoelen zitten op het grote podium van het Jay Pritzker Pavilion. Het publiek ontbreekt nog…



Een exclusief loopparcours op het groendak van Aqua

De nieuwbouw Aqua zette Jeanne Gang op de kaart als toparchitecte. Een paar verdiepingen zijn er voor het Radisson Blu hotel. De rest zijn appartementen. We worden losgelaten op het groendak met tuin, zwembad, barbecueruimtes en loopparcours voor de bewoners. Zo ervaren we even hoe het wonen is als je veel geld verdient.



Het toegangsgeld voor deze toer werd geschonken aan het aardbevingsfonds Nepal.

Wil je ook eens mee?
Volg ons dan op Facebook en wie weet lukt het in de toekomst; Leentje’s Chica-Go en Ine’s Chica-Go.

Oh groene daaaken, ik hou zo van die groene daaaken, ohoho, groene daaaken.
Herken je het liedje?

woensdag 20 mei 2015

De Amish, terug in de tijd

De wederhelft heeft een project in Noord-Ohio en we beslissen om de 560 kilometer per auto af te leggen. Een happy roadtrip vanuit de Windy City dus én we lassen een stop in bij de Amish.

We boeken een arrangement bij Amish Acres in Nappanee, Indiana waar ons bezoek start met een rondleiding.

En we leren bij... namelijk:

  • dat dit de enige Amish site is die op de erfgoedlijst staat,
  • dat er 250.000 Amish zijn verspreid over 20 staten in de V.S. en Canada,
  • dat ze niet deelnemen aan de moderne wereld van de ‘English’,
  • dat ze niet geloven in rechtbanken, het leger, politie, verzekeringen en sociale zekerheid. Ze betalen wel belastingen maar maken geen gebruik van enige diensten die je ervoor in ruil zou kunnen krijgen,
  • dat ze Pennsylvanian Dutch spreken, een soort duits uit Zuid-Duitsland wat niks te maken heeft met nederlands,
  • dat hun kinderen onderwijs krijgen in Amish-schooltjes die niet erkend maar wel toegelaten zijn door de overheid,
  • dat de zestienjarigen een paar weken tot een paar maanden (dat beslist hun bisschop) van het moderne leven genieten en daarna beslissen of ze Amish willen zijn of 'English'.

Verder lijkt het leven wel wat op het leven van onze overgrootouders. De meeste Amish zijn boeren en eten kost uit eigen hof. Ze werken van zonsopgang tot zonsondergang en zondag wordt er naar de kerk gegaan. Ze zijn streng gelovig en willen daarom niet gefotografeerd worden (iets van de hel die dan over hen komt). Ze hebben grote families, verwarmen met houtkachels, koken op een Hollandse stoof, doen de was in een ton, verlichten met olielampen, communiceren per brief...



In ons arrangement zit ook een Amish diner, erg populair bij de ‘English’. Het deed me aan mijn oma’s kost denken; bonensoep, kip met appelmoes en boontjes, vruchtentaart als toetje. En uiteraard veel te veel. Gelukkig konden we ‘dessert to go’ nemen. Dat zou bij mijn oma niet waar geweest zijn.


Daarna volgde een musical in de Amish schuur, waar geen Amish in meezong noch naar kwam kijken, want veel te werelds. En we logeerden in een hotel op het domein mét electriciteit en douche. Enkel de quilt bedsprei had iets Amish.

Een paar dagen later reed ik alleen (want de wederhelft moest werken) door Amish Country in Ohio. Een glooiende omgeving waar bossen, moerassen en velden voor afwisseling zorgen. Een aangename verrassing tegenover het platte Noord-Illinois en Noord-Indiana. Regelmatig moest ik vertragen om paard en kar voorzichtig voorbij te steken. Ik had eigenlijk verwacht dat de Amish volledige dorpen zouden overgenomen hebben, maar dat was niet waar. Enkel aan paard en kar en hun kleding, aan de wasdraad of op hun lichaam, kan je zien dat er Amish in die boerderij wonen.



Ik hield halt in Berlin, een dorp met de grootste Amish populatie ter wereld, volgens hun welkomstbord. Het centrum bestond echter uit souvenirswinkels met Amish meubelen, quilts, poppen zonder gezicht, jams, koekjes…  Een toeristenval! 
De German Village Market leek me een supermarkt dus ik dacht er even een brood te gaan halen. En toen gebeurde het! Ik stap binnen en blijk de enige ‘English’ te zijn. Overal zie ik Amish. In de bakkerij, de supermarkt, de bijbelboekenwinkel, de apotheek en de bank. Of aan het werk of als klant. Een stuk of tien Amish zitten op een bankje een ijsje te eten terwijl ze wachten op hun afspraak bij de bank. Ik lijk wel in Bokrijk. Maar dit is echt! En hier mag ik geen foto's trekken.
Ik kwam voor een brood dus koop ik een brood. Een Amish brood met nog meer suiker, eieren en olie dan in een klassiek Amerikaans brood...
Eens buiten zoek ik de paarden en karren en die blijken mooi geparkeerd te staan naast de auto’s van de toeristen die met z'n allen in de souvenierswinkels zijn.


Het heeft wel iets, leven zonder internet, telefoon en televisie. Maar geef mij toch maar verwarming tijdens de koude Midwest-winters en een wasmachine graag.

Verder op deze roadtrip was er nog:

  • fietsen op Kelleys Island op Lake Erie, Ohio terwijl iedereen daar met een golfkarretje rond toert (wij zijn nog té Europees) én vrienden worden met de plaatselijke brouwer, 
  • theetjes drinken in de leukere wijken van Cleveland,
  • ‘Kom hier dat ik u kus’ lezen op het strand aan Lake Erie,
  • plannen ramen om ooit een brouwerij-pub te openen nadat de wederhelft negen proeverkesglazen binnen heeft in de derde brouwerij-pub op deze roadtrip, 
  • in mijn nopjes zijn in de natuur van Cuyahoga Valley National Park,
  • skypen met mijn truttige vriendinnen.


Waar willen jullie dat mijn volgende roadtrip naartoe gaat?
Wie weet…

dinsdag 12 mei 2015

The Whole Foods Experience

Vorige week opende mijn favoriete supermarkt een vestiging op 1.5km van ons deur. En dat is pure happINEss. Want shoppen in Whole Foods is als shoppen in het paradijs.

Whole Foods’ aanbod is ‘gezond’. Meer dan de helft van het aanbod is biologisch, veel is lokaal en seizoensgebonden en ze vermijden kunstmatige kleur-en smaakstoffen. Bovendien steunen ze lokale en internationale goede doelen.

In 21 stappen gebeurt er dit:

  1. Vrolijke bloemenboeketjes vragen om mijn aandacht. En ik steun er 220 boerenfamilies mee in Ecuador.
  2. De Juice bar zegt me dat ik nood hebt aan wat vitaminen. Ik betaal 5$ voor een sapje met bieten, bosbessen, wortelen, appels, bananen en appelsap en krijg er een gratis gesprekje bij over fietsen (blijkbaar kopen alle fietsers een sapje).
  3. De vergeten groenten liggen ostentatief vooraan. Ik vergeet ze niet. Nu nog opzoeken wat ik met een ‘watermelon radish’ moet aanvangen.


  4. Vier maalmolens vertellen me dat ik mijn eigen pindakaas en amandelpasta kan maken. Dat onthoud ik voor volgende keer (ik ben zot op amandelpasta).

  5. Even mijn voorraadkast aanvullen met granen, rijst, bonen en noten. Ik kies zelf de hoeveelheid en hou dus de verpakking minimaal.

  6. De kaasafdeling herbergt ook een verse pastashop waar je ter plaatse de twee mag combineren en opslurpen aan de pastatoog met een glaasje wijn. Ik hou het bij een gesprekje met baardmans maar weet al wie hier niet aan de verleiding gaat kunnen weerstaan. 

  7. Een olijfje of twintig wil graag in mijn potje terecht komen.
  8. Het vlees en de vis ziet er heel gelukkig uit. En proeft hemels weet ik uit ervaring. Er staat mooi vermeld wat er in de 20 soorten bereide rundsworsten zit. Ik vraag de verkoper wat hij het lekkerst vindt.
  9. Ik probeer vervolgens vooral niet om 900 soorten bier in een mix & match 6-pack te krijgen. Iemand anders mag dat uitproberen. Misschien best een timer op zetten?


  10. De 20 rayons en koelvakken laat ik links liggen want mijn portemonnee begint tegen te pruttelen.
  11. Maar olalaa, dan kom ik aan de serie ‘bars’. Oh My God. Eerst de bakkerij met patékes die verdacht goed lijken op Belgische patékes en waar er dan ook nog eens vijf (!) gebakjes zijn voor lactose-intolerante mensen als mezelf. Mmm, volgende keer!

  12. Een apart toogje blijkt internationale koekjes te hebben van 1980. Eheum?

  13. Vervolgens ligt er allerlei lekkers in de deli-traiteurtoog.

  14. Gevolgd door de sushi-bar waar twee mannen in een snel tempo staan te werken (want het is bijna lunch-tijd).

  15. De vijf soorten noedels zal ik later eens uitproberen, in vijf keer wel te verstaan.

  16. Dit blijkt de eerste Whole Foods in de Midwest te zijn met een wood-fired-grill die gebruikt wordt om een kipje op klaar te maken. Dit wordt het voor lunch. Ik kies voor een kipje op chermoula-wijze. Voor 9$ mag daar al wel een bio-patatje bij en gegrilde groenten. Helaas niet op een bordje maar in een meeneem en afbreekbare kartonnen doos.

  17. De pizza-oven draait op volle toeren.
  18. En zoals in elke supermarkt zijn er hier ook warme en koude buffetten waar je naar believen uit mag scheppen. Je betaalt per gewicht. Mijn kipje heeft al groentjes dus ik laat het buffet aan mij voorbij gaan.
  19. Het café biedt biologische koffie en thee aan.
  20. En verrassing, er is een echt café met artisanale bieren en cocktails. Binnenkort zijn er gratis proeverijen als start van de Chicago Craft Beer week. Ik vertel het door.

  21. En dan de kassa…. daar komt het prijskaartje; het enige nadeel aan de Whole Foods. Maar ik maak het mezelf gemakkelijk. In deze supermarkt is er te veel keuze en het is te duur. Dus kijk ik enkel naar wat in reclame staat en dat koop ik dan. Snel en goedkoop. En dan kan ik mijn 0.30$ voor het gebruik van mijn eigen boodschappentassen doneren aan een goed doel in onze buurt, samen met een deel van de opbrengst van deze Edgewater supermarkt.
Verder zijn er geen folders in onze Whole Foods maar moet je de coupons die je wil gebruiken zelf afprinten. Op de vloer schilderen ze de aanbiedingen. Het was er behoorlijk druk tijdens lunchtijd, hoewel er helemaal geen kantoren in Edgewater zijn. En niet te vergeten, het personeel is on-ge-loof-lijk vriendelijk en is, dit totaal ter zijde, fan van tattoos en piercings.


Bon, nu de Whole Foods op 1.5km van mijn deur geopend is heb ik een plan van aanpak nodig. Mezelf een budget op leggen? Een limiet stellen op klaargemaakte voeding? Wat zou jij doen?


(ps: Er is er hier in Chicago nog eentje fan van Whole Foods... en zij is er al aan verslaafd)

woensdag 6 mei 2015

Waar krijg je een stijve nek van in Chicago?

Juist ja, van de architectuur.

Waar wij wonen, zijn de bomen hoger dan de gebouwen. Echt iets voor mij! Dus ben ik ook telkens verwonderd over de wolkenkrabbers in centrum Chicago. Ik voel me dan, met plezier, klein.

Als je steeds omhoog kijkt en je wilt niet tegen de mensen op botsen is het veiliger om in een boot te zitten op de Chicago River. In de vijf wintermaanden varen de boten niet dus het was wachten op onze eerste bezoekers in april om samen aan deze topattractie deel te nemen. We kozen voor de Chicago Architecture Foundation River Cruise, ‘Chicago’s best tour’ volgens Tripadvisor, met vrijwillige begeleiding van architectuur studenten.



Met muts en handschoenen aan, en ook met zonnebril en zonnecrème op, zaten we op het bovendek. Het was een prachtige dag, fris maar droog. De vrijwilliger bleek 40 jaar ouder te zijn dan verwacht, een gepensioneerde docent. Maar wat kon die man goed vertellen. Gedurende 90 minuten kregen we non-stop boeiende informatie over de gebouwen langs de Chicago River.

Ik onthul hier een paar leuke weetjes:

In Marina City, ook gekend als de maiskolven, zijn de lagere verdiepingen parkings, de hogere verdiepingen appartementen. De bewoners durven er niet zelf parkeren uit schrik om naar beneden te donderen (de achterwand is gewoon open). Dus de parking werd een valet parking, waar een parkingjongen de wagens parkeert en weer ophaalt.




In Jewelers’ Building (groen ingepakt dak) reden de juweliers met de auto binnen tot onder de lift, de lift nam hen met auto en al mee naar boven en ze parkeerden de wagen in hun kantoor. Kwestie van de maffia en de bendes te vlug af te zijn, met een koffer vol juwelen.




Op dit gebouw kan je jezelf situeren op de Chicago Rivier. De rode blok doet me denken aan het Google Maps symbool.


Het groene glas is zo gevormd dat het weerspiegelt zoals water kan weerspiegelen. Je ziet dan ook de gebouwen aan de overkant van de rivier in het glas reflecteren.



_ _ _

Exact 37 jaar geleden zaten mijn ouders en ik voor de eerste keer op deze boot en toen stond er, naar schatting, slechts 1/3 van de gebouwen. ‘Binnen 10 jaar ziet het landschap er weer heel anders uit,’ volgens de gids. Plan deze boottocht in bij het begin van een bezoek aan Chicago en je herkent gedurende de rest van jouw tijd deze wolkenkrabbers en dat is best wel leuk natuurlijk. Kies voor een vroege of late boottocht op de dag om overbelichte foto’s te vermijden en koop tickets vooraf (zeker in het weekend). Deze maatschappij geeft zelden kortingen behalve in het voorjaar voor tochten op maandag en dinsdag.

De moeite waard dus!
En ik ga gewoon wéér mee met onze volgende bezoekers!

(ps: meer architectuur op blogpost 'architectuur in Chicago, 30 dagen lang')